skip to main content

Klaar voor actie?

Hulpmiddelen

Materiële middelen

Een oormodel, een veerkrachtig blad of een trillende auto-antenne - voor het testen van infrageluid, obstakels, een sjaal om de ogen te bedekken.

Menselijke hulpbronnen

Een KNO-arts zal de structuur van het oor bespreken en het gehoor van de deelnemers met een audiometer onderzoeken.

Voorbereiding

Maak hulpmiddelen, werkbladen en een hindernisbaan klaar voor de leerlingen om vleermuizen te spelen. Organiseer een bezoek van een KNO-arts.

Doelen, boodschappen & concepten

Specifieke doelen

  • Leer hoe het gehoor werkt.
  • Identificeer het bereik van geluiden die door mensen gehoord worden.
  • Begrijp dat het belangrijk is infrageluid in werkinrichtingen te meten.

Specifieke boodschappen

  • Er zijn geluiden die we niet kunnen horen.
  • Geluiden die we niet kunnen horen, kunnen schadelijk voor ons zijn.

Belangrijkste begrippen

  • oor
  • infrageluid
  • ultrageluid
  • echolocatie

Praktijken & vaardigheden

STEM-praktijken

  • Ontwikkelen en gebruiken van modellen
  • Verkrijgen, evalueren en mededelen van informatie
  • Vragen stellen en problemen definiëren

Zachte vaardigheden

  • Teamwerk en samenwerking

Managementvaardigheden

-

Verloop van de activiteit

step 1

Leerlingen maken kennis met de structuur en functie van het oor met behulp van een oormodel (of video). Een KNO-arts zal spreken over gehoorafwijkingen en -ziekten, en een audiometertest uitvoeren op een vrijwilliger.

step 2

In 2 groepen onderzoekt de klas specifieke onderwerpen, maakt aantekeningen en schrijft de belangrijkste informatie op. Ze leren wat infrageluid en ultrageluid zijn, welk bereik aan geluiden een mens kan horen en welke dieren infrageluid en ultrageluid gebruiken, of infrageluid veilig is voor mensen en waarom het door het leger wordt onderzocht, waar ultrageluid wordt gebruikt, en hoe infrageluid en ultrageluid worden gemaakt. Elke groep presenteert de informatie aan de andere leden van de klas.

step 3

Vervolgens gaan de leerlingen een experiment uitvoeren om na te gaan hoe een vleermuis hoort met behulp van echolocatie.

  • Eén leerling moet zijn ogen bedekken met een sjaal.
  • Verschillende (veilige) obstakels worden rond het klaslokaal geplaatst.
  • De leerlingen gaan op verschillende plaatsen in het lokaal staan. Hun taak is de 'vleermuis' van de ene kant van het klaslokaal naar de andere te leiden door middel van geluid.
  • Als een leerling aan de rechterkant een geluid maakt, moet de 'vleermuis' in zijn richting gaan, als het geluid wordt gemaakt door een leerling die er tegenover staat, gaat de 'vleermuis' in die richting, enzovoort.
  • De groep die erin slaagt de 'vleermuis' veilig naar de andere kant van het klaslokaal te loodsen zonder de obstakels te raken, wint!